NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

De Gouden Zweep


Onderstaand artikel van Wouter Slob komt uit het Magazine "Draver en Volbloed" nr. 5. - juni 1965.

De geschiedenis van de Gouden Zweep door Wouter Slob
subtitel: Koninklijke belangstelling voor de drafsport

De geschiedenis van de gouden en zilveren zwepen gaat wellicht al meer dan vier eeuwen terug en hoe zij tot de verbeelding der mensen spraken en hoe begeerd zij waren blijkt uit een in het midden van de 18e eeuw — bijna 200 jaar geleden — gegeven beschrijving van een gouden zweep. Het „hegt" moest twee handpalmen lang zijn, er moesten zilveren of gouden linten aan hangen, de zweep moest bekleed zijn met rood, groen of blauw fluweel en rijkelijk met goud of zilver geborduurd zijn.
Wanneer de „Vorstelijke" zwepen op de kortebanen als het felst begeerde bezit zijn verschenen is niet meer na te gaan. Waarschijnlijk is dit twee eeuwen geleden geweest op een „pragtige en staatelijke Harddraaverij" te Soestdijk, waar een bij uitstek kostbare en „Vorstelijke" zweep werd verreden. In tegenwoordigheid van Zijne Doorluchtige Hoogheid Stadhouder Willem V won het paard van de heer Lever uit Amsterdam. Uit die tijd dateert ook de „aller-pragtigste Gouden Zweep op eene aanzienlijke Harddraaverij behaald toen Zijne Doorlugtige Hoogheid in Vriesland (Leeuwarden, red.) was. Het paard van de Franeker koopman Laas Boumans won uit een bezetting van 27 paarden. Op deze zweep waren de wapens „hunner Hoogheden", met dat van de provincie Friesland gegraveerd.

Gouden_Zweep
Gouden_Zweep

Voor- en achterkant van een prachtige
legpenning uit 1777. Achterop staat de tekst:
Ter Gedachtenis geschonken aan
Gerrit Foiekes,
Wegens gedaane diensten als keurmeester
van eene Harddraverij om een gouden Sweep,
Landsweege vertoond bij Leeuwaarden, aan
Sijne Doorluchtige Hoogheit, den Heere
Prinse van Oranje en Nassou, aan Hoogst
Desselvs Koninglijke Gemalinne en aan
de Vorstelijke Kinderen.
Op den 2 September 1777.
door de ???: Mogende HEEREN
Gedeputeerde Staaten van
VRIESLAND
*****

Dan volgt er een leemte in de geschiedschrijving van de Nederlandse drafsport, echter slechts tot de daarop volgende Franse periode met aan het hoofd van het bewind de ontegenzeggelijk populaire koning Lodewijk Napoleon, o.a. grondlegger van de volbloedfokkerij in Borculo in 1808. Hij was het ook die de draad weer opvatte van de vorstelijke geschenken en waar kon hij dat beter doen dan in het hartje van draverminnend Nederland, Leeuwarden. Het werd die dag — 2 september 1808 — geen gouden zweep, maar een kostbare gouden doos met briljanten omzet en een paar gouden sporen, welke kostbaarheden door 's Konings stalmeester aan de Landdrost werden overhandigd. Een compagnie grenadiers deed tijdens de draverij dienst als erewacht voor de tent van de Landdrost en andere hoge autoriteiten. Een paard van Dirk Jeens uit Bergum won deze draverij.


De Gouden Zweep uit 1811
Eén der fraaiste gouden zwepen, welke ooit in ons land zijn verreden, is ongetwijfeld die uit 1811, verreden te Leeuwarden ter gelegenheid van het geboortefeest van Z.M. de Koning van Rome. Deze zweep, waarvoor de gemeente Leeuwarden f 900,— betaalde, is een bijzonder stukje sierkunst. De zweep was jaren lang te zien in het oude Friesch Museum te Leeuwarden en nu ook in het nieuwe Fries Museum.

Gouden_Zweep Gouden_Zweep

Boven, links: Een der meest kostbare Gouden Zwepen uit
de geschiedenis, verreden op 10 juni 1811 ter viering
van het geboortefeest van de Koning van Rome.
De lengte is 1.07 m., onderaan een ovale draagmedaille
(zie detail rechts) met het borstbeeld van Prins Willem V.
Dit kostbare voorwerp werd gewonnen door
een paard van S. M. Visser te Akkrum.
Zie ook hieronder.

Gouden_Zweep

Boven: Deze met goud gemonteerde prijszweep uit 1811 is gemaakt
door Petrus Rienstra en is sinds 2014 te bewonderen in het nieuwe
Fries Museum te Leeuwarden, in de afdeling 'Geschiedenis van Friesland'.
De zweep werd gewonnen door een paard van S. M. Visser te Akkrum.
(foto HH, 2016)

Gouden_Zweep

Boven: Dit is een paard van S. M. Visser te Akkrum, dat waarschijnlijk
niet de bovenstaande Gouden Zweep voor zijn eigenaar won, maar
wel een andere, want Visser heeft veel Gouden Zwepen gewonnen,
die later aan het Friesch Museum zijn geschonken. Koning Willem III
bezocht zelfs zijn huis in april 1852 om alle Zwepen te bewonderen.
Op de dakpannen van de boerderij zien we de afkorting SMV
van Sake Meintes Visser.
Dit schilderij hangt in het Fries Museum, achter de Gouden Zweep.
Er staat bij 1825-1835, dus dit paard won de zweep uit 1811 niet.
We weten niet of het paard ook een naam had.
In die tijd werden de paarden vaak omschreven,
bijv. met Bles of Witvoet.
(foto HH, 2016)

*****

De Gouden Zweep van 1823
In de annalen van de Gouden Zweephistorie wordt de 31e mei 1823 te Leeuwarden als één der belangrijkste data genoemd. De draverij, waaraan twintig paarden deelnamen, werd bijgewoond door Koning Willem I en Prins Frederik. Het was de eerste gouden zweep, die door Willem I voor een draverij in Leeuwarden werd uitgeloofd. Deze dag kreeg voor de Friezen helemaal een bijzonder tintje toen na afloop van de wedstrijd voorlezing werd gedaan van het volgende Koninklijk Besluit:

,,Wij, Willem, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden enz. enz.
Willende ter gelegenheid van de, gedurende ons verblijf in onze residentie Leeuwarden plaats hebbende harddraverij, een blijk geven van belangstelling in de aankweking van paarden; Hebben besloten en besluiten:
Art. I. Jaarlijks zal binnen de eerste acht dagen van de maand Augustus, ten overstaan onzertwege van de gouverneur van de provincie Vriesland en onder deszelfs bestuur, geadsisteerd door eene commissie van den landbouw dezer provincie, telkens door den gouverneur te kiezen, eene Gouden Zweep worden verharddraafd.
Art. 11. De betaalmeester van ons Huis wordt gemachtigd, om tot dat einde voor dit jaar eene somma van Vijf Honderd Guldens (f 500.—) ter beschikking van den gouverneur voornoemd, te stellen, ons voorbehoudende om eene gelijke som voor de volgende jaren te wijzen.
Gegeven te Leeuwarden, den 31sten Mei des jaars 1823, het tiende onzer Regering"
(gt.) WILLEM.

Boven: Harddraverij om de Gouden Zweep
op het Zaailand te Leeuwarden in 1830,
bijgewoond door Koning Willem I,
de kroonprins Prins Frederik en de erfprins.
*****

Heel lang heeft de gedachte geleefd dat de Leeuwarder draverij alleen dit voorrecht van een Gouden Koningszweep zou hebben genoten. Het tegendeel is waar, want ook in andere plaatsen vereerde Willem I de draverijen met kostbare geschenken en zwepen, vaak vergezeld van gouden oorijzers en zilveren serviezen.
Ook Willem II en Willem III hebben zich op deze wijze beijverd de paardenfokkerij en de draverij in stand te houden, en tot grote bloei te brengen. Op tientallen plaatsen in het Noorden en Westen werden kortebaandraverijen georganiseerd. Gemeentebesturen, kerkeraden, verenigingen en kasteleins waren de organisatoren. Van langebaan-wedstrijden was toen nog geen sprake.

Gouden_Zweep

Boven: Bovenaan deze oude deelnemerslijst staat:
HARDDRAVERY te Utrecht
Op Dingsdag den 6 April 1830
desmiddags ten Twaalf uur
ter Gelegenheid van de
Palm-Paardenmarkt
waarvan de PRIJS zal zijn eene extra fraaie
GOUDEN ZWEEP
en de PREMIE TWEE netbewerkte
HOOFDSTELLEN
met zilver beslag
welke door de Regering der Stad Utrecht worden uitgelooft.
*******

Waarschijnlijk zijn de langebaanwedstrijden voor het eerst in september 1844 op de baan in Zandvoort gehouden. Behalve enige rennen waren er ook draverijen, waarvan er één — over 4500 Nederlandse el — werd gewonnen door de in 1835 geboren draver Higtum, die later „Koningin" werd genoemd. De prijs was een door de Prins uitgeloofde gouden zweep en f 300,—. In 1846 volgden de koersen voor tweespannen voor een beugelsjees, waarvan de eerste werd gewonnen door het span Morra en Wolfridus, gereden door A. Houtman.
Hoe groot de belangstelling van ons Koninklijk Huis voor de paardesport bleef, bleek uit het 2-daags bezoek van Willem III in april 1852 aan Friesland, waar de Koning aan Toede van der Werf uit Twijzel — de winnaar uit 31 deelnemers — een juwelen ring schonk en een dag later te Akkrum het huis bezocht, dat vroeger toebehoorde aan Jentje Klazes de Groot en Sake Meintes Visser en toen aan Rinse Wybe van der Vegt. In dit huis bezichtigde de Koning een verzameling van meer dan honderd gouden en zilveren zwepen en andere fraaie prijzen, „gedeeltelijk vereerd door Koningen en Vorsten." Deze prijzen waren gewonnen door de harddravers van genoemde eigenaren, die als rijder voor hun paarden de toen befaamde Wouter van der Meulen hadden. Een groot deel van deze unieke verzameling is afgestaan aan het Friesch Museum.

Gouden_Zweep

Boven: de verzameling Gouden Zwepen
en hoofdstellen (onder in de kast)
uit de 19e eeuw, vroeger zo te bewonderen
in het oude Friesch Museum te Leeuwarden.
*****

Vele draverijen waren niet open voor alle paarden en daarvoor had men klassen ingesteld, bijv.: voor paarden, die niet meer dan twee geadverteerde prijzen hebben gewonnen, of voor paarden, die niet meer dan twee prijzen in bewerkt goud of zilver hebben gewonnen. Overigens waren de Friezen soms niet kinderachtig met hun maatregelen. Twee beroemde Friese dravers „de Lytse" en „de Nette" werden in 1842 blijkens een mededeling in de Leeuwarder Courant als volgt „gemaatregeld": „beide dravers is het wegens de veelvuldige door hen gewonnen prijzen niet meer geoorloofd in de provinciën Friesland en Groningen op de gewone wedlopen mee te draven".

Sophia

Boven: De beroemde Friese harddravermerrie Sophia
"zoals zij den Koningsprijs won, 14 mei 1873".
*****

Ditzelfde lot trof ook de in 1864 geboren legendarische Friese merrie Sophia, die in 1871 in Leeuwarden de Gouden Koningszweep won, in 1873 een gouden horloge met gouden ketting en een gouden oorijzer en in hetzelfde jaar nog eens te Leeuwarden — op 4 september — een zilveren theeservies dat ter gelegenheid van de verjaardag van de Prins van Oranje door Willem II werd uitgeloofd. Nadat Sophia op 18 juni 1874 — de gedenkdag van de slag bij Waterloo — de door Willem III uitgeloofde Koningszweep opnieuw had ingepalmd werd dat de Friezen toch te gortig. Sophia, die haar wedstrijden liep voor een sjees en in vier jaar tijds 32 prijzen en premies won, werd in 1875 van deelneming aan de Koningsprijs te Leeuwarden uitgesloten, omdat de organisatoren meenden dat ook andere eigenaars van paarden in Friesland en daarbuiten eens een kans moesten hebben op het winnen van een Koningsprijs.
De eigenaar Tjeerd Velstra te Marssum, die Sophia had gekocht van de landbouwer Foppe Kijnstra te Tjerkgaast, was hierover zo gebelgd, dat op de dag van de draverij op 18 juni 1875, die weer luisterrijk zou worden gevierd nu er zelfs vier hoofdprijzen door de Koning waren uitgeloofd, in de Leeuwarder Courant een vernietigende „samenspraak" tussen de eigenaar en zijn paard verscheen. De heer Velstra bezwoer daarin dat Sophia nooit meer aan wedstrijden zou deelnemen en als echte Fries heeft hij dit besluit koppig volgehouden. De uitsluiting van de snelle Sophia werkte wel stimulerend op de deelneming. Er waren niet minder dan 44 deelnemers aan deze sjezen-draverij, die gewonnen werd door Viorno. Een jaar later maakten de Friezen weer nieuwe bepalingen, welke inhielden dat alleen Friese paarden in Fries bezit aan de grote Leeuwarder-draverij mochten deelnemen. Er was voor de kortebaners overigens keuze genoeg, want niet alleen Leeuwarden kende zijn draverijen, ' maar ook Haarlem, Beverwijk, Utrecht, Amsterdam, Alkmaar, Zierikzee, Oss, Vlaardingen, Wamel, Edam, Assen, Nijmegen, Arnhem, Den Haag en zelfs Antwerpen, waar op 22 augustus 1877 de vosblesmerrie Nobel een gouden medaille won, aangeboden door de Graaf van Vlaanderen. Een jaar later zochten de Nederlandse dravers het nog verder op. Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs in 1878 werden daar twee draverijen gehouden — één onder de man en één aangespannen voor een Hollandse sjees.


Deelnemers Parijs in 1878:
Acht dravers namen aan deze demonstratie-wedstrijd in Parijs deel.
- Wilhelmina, br.m. van H. van Haaren, Amsterdam. Rijder: onder de man: P. J. Koek; aangespannen: F. W. Koopmans.
- Sophia, witvoetmerrie van J. B. Zeehandel, Amsterdam. Rijder: A. de Graaf.
- Zebra, appelvosruin van A. H. lurgens, Oss, Rijder: Jan de Boer.
- Graaf Adolf, 13-j. br. ruin van G. Sevenhuizen te Warmhuizen. Rijder: Wiebe de Boer.
- Sophia, 7-j. br. merrie van Jhr. Quarles van Ufford, Loosduinen. Rijder: Jan Koster.
- Prinses, 6-j. roodsch. merrie van P. Smit Jr., Rotterdam. Rijder: Piet van Santen.
- La Vitesse, 13-j. zwartblesruin van J. Smits, Dubbeldam. Rijder: A. de Koning.
- Koningin, br. witvoetmerrie van G. Rees, Dordrecht. Rijder: P. Langendam.




prent

Boven: GRAAF ADOLF, een der deelnemers in Parijs.
Deze Friese harddraver, geboren rond 1860, was in eigendom van
Warmenhuizer Gerard van Sevenhuijsen. Winnaar van vele
gouden zwepen en beroemd in heel Noord-Nederland.
schilderij uit 1876.
*****

De rijders waren gekleed in de dracht die toen op de korte-banen gebruikelijk was: zwartfluwelen buis met vest, fluwelen kuitbroek, blauwe kousen en lage schoenen met zilveren gespen. De Commissie voor de Harddraverij betaalde het vervoer naar en van Parijs. De Noorderlingen waren over de keuze der paarden niet al te best te spreken, omdat Friesland en Groningen niet waren vertegenwoordigd, hoewel als schrale troost voor de Friezen kon gelden dat de vier eerstgenoemde paarden Friese dravers waren. Volgens de discussie in het jaar van uitzending zouden Susanna, Graaf Floris, Nobel en Wilhelm veel sneller zijn geweest. Ook de keuze van Zebra — winnaar van slechts één gouden zweep — werd sterk gecritiseerd. De vosruin bleek bij aankomst in Parijs ziek, liep desondanks de eerste dag nog. Na zijn terugkomst in ons land werd Zebra afgemaakt daar hij lijdende was aan kwade droes.
Prinses won beide draverijen en Wilhelmina werd beide keren tweede. Bekende namen van rijders duiken dan al op. Die van Jan Koster Sr., de Sideriussen, de Boer enz. Een ander verschijnsel is dat paarden uit het buitenland worden geïmporteerd, vooral Russen, waartoe o.a. behoort de fameuze Tabor II, die op 6 september 1882 — bereden door Koster — zijn eerste draverij in ons land won. Met de komst van de buitenlandse en snellere dravers wint de langebaansport steeds meer terrein en verdwijnen uit vele plaatsen de kortebanen. Woestduin, Clingendael, Bussum, Breda worden de grote centra, waarop gedraafd en gerend wordt. Merkwaardig is daarbij dat het met de traditie van de Gouden Zweep dan ook naar het einde loopt. Aanvankelijk werd beweerd dat in 1887 de laatste Gouden Zweep werd verreden, omdat — zoals het verhaal wil — Koning Willem III aanstoot had genomen aan het feit, dat de Friese gemeente Schoterland, de eerste sociaal-democraat naar de de Tweede Kamer had afgevaardigd. Dit strookt echter niet met de feiten, want in 1891 werd door het paard Marianne van S. Witteveen uit Rauwerd nog een zweep gewonnen en op 18 juni 1892 won Jonge Thabor II nog een koninklijke prijs.
Daarna verdwijnt de Gouden Zweep, die zo onverbrekelijk aan de Nederlandse drafsport is verbonden, uit het beeld van het steeds toenemende koerswezen. Nog slechts een enkele keer wordt op initiatief van een baanvereniging een zweep uitgeloofd, doch de glans en luister van weleer ontbreken hieraan.

Vooral na de terugkeer van de totalisator in 1949 is meermalen gepoogd het instituut „Gouden Zweep" te herstellen, totdat in 1955 het opnieuw genomen initiatief door de heren J. H. W. Pasman en G. Joustra tot het resultaat leidde dat nog in hetzelfde jaar op Mereveld Prins Bernhard een uit 1883 daterende en originele Gouden Zweep aan de winnaar — P. A. Strooper met Roland — kon uitreiken.
En sindsdien is de draverij om de Gouden Zweep weer één van de hoogtepunten in ieder drafseizoen. Eén der mooiste en schoonste tradities uit een eeuwenoude sport werd door het Koninklijk Huis weer tot nieuw leven gebracht. En hoe de Nederlandse drafsport de terugkeer van de Gouden Zweep en de belangstelling van het Koninklijk Huis hiervoor waardeert zal op zondag op Duindigt weer overduidelijk blijken als net als vroeger de sterkste en snelste dravers met de inzet van al hun capaciteiten om deze historische prijs zullen kampen.

[einde artikel van Wouter Slob uit 1965]


Gouden_Zweep

Boven: Koninklijke belangstelling op Duindigt
ter gelegenheid van de koers om de Gouden Zweep.
Prins Bernhard heeft zijn dochters Beatrix en Irene
meegnomen. In het midden staat NDR voorzitter Pasman
die een beker uitreikt. Achter, in de deuropening zien
we half verscholen de NDR-PR-man Cees Berg.



verwante artikelen

Click hier voor: de Gouden Zweep uit 1883
Click hier voor: de Gouden Zweep uit 1936
Click hier voor: Foto's en verslagen van de Gouden Zwepen sinds 1955
Click hier voor: Draven in Leeuwarden



  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

< Ned.drafsport

Klassiekers

Kampioensch.

Dravers

Records

Langebanen

Kortebanen

Kortebaners

Rennen

Volbloeds

Mensen

Diverse