NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek >

Videotheek

Museum

Geschiedenis

Harddraven in Leeuwarden

KORTEBAAN

Het ‘harddraven’ was in de 19de eeuw de populairste Friese sport. Uit advertenties blijkt dat er tussen 1800 en 1850 totaal 2.847 wedstrijden waren, meest in steden en dorpen met een geschikt stuk weg, dat aan drie voorwaarden moest voldoen: recht, hard en droog. Op tal van plaatsen kent men nog de ‘Hurddraversdyk’ (die vaak, zoals in Joure, tot officiële straatnaam is verheven). Vanouds werd het ‘hurddraven’ ter gelegenheid van een paardenmarkt en/of een kermis gehouden en trad, net als bij het kaatsen, de kastelein als organisator op. Men reed op ‘paarden onder de man’ oftewel ‘van dek af’. Hoogtijdag was in Leeuwarden de ‘keningsswipedei’, waar om de door de koning uitgeloofde gouden zweep werd gestreden. Leeuwarden kent een rijke drafgeschiedenis. De eerste drafbaan liep langs het Zaailand, aan de zuidkant van het plein. De aanleg van de Harlingerstraatweg bood in 1840 nieuwe kansen. Het eerste rechte stuk, dat bijna geheel op de oude Marssumerdijk werd aangelegd, werd meteen als harddraversbaan ingericht. De baan aan het Zaailand bleef tot in 1865 nog in gebruik voor draverijen die ter gelegenheid van de voorjaarsmarkten werden gehouden. Daarna zou de baan op de Marssumerdijk zo’n dertig jaar het monopolie bezitten. Hier hield de stad haar kermisdraverijen, die in 1792 door Magistraat en Vroedschap waren ingesteld. Op de gedenkdag van de slag bij Waterloo (18 juni) werden hier ook ’s Konings prijzen verreden, bestaande uit een gouden zweep en een gouden oorijzer. Vóór 1873 vonden deze draverijen beurtelings te Leeuwarden en Groningen plaats, maar sedert het laatste bezoek van koning Willem III aan Leeuwarden loofde deze jaarlijks de prijzen uit voor een harddraverij te Leeuwarden. Voor het laatst was dat in 1892. Toen was het met de draverijen op de korte 300-meterbanen praktisch gedaan. Ze werden verdrongen door de Engelse wedrennen op de lange baan, die een veel groter en anders ingericht terrein vereisten. Voor dit doel werd enige tijd het ijsbaanterrein aan de Bleekerstraat gebruikt, maar al gauw bleek dat deze baan te klein en te gevaarlijk was, vooral ook door het enorme aantal toeschouwers dat erop af kwam. Daarom nam men het initiatief tot de aanleg van een ruim sportterrein, dat behalve als renbaan geschikt zou zijn voor allerlei openluchtsporten en –spelen. Het initiatief leidde tot de oprichting van de Friesche Sportclub tot Exploitatie van een Sportterrein in Leeuwarden, die vervolgens een stuk land aankocht aan de Harlingertrekweg. Deze naar de toenmalige koningin genoemde Wilhelminabaan werd op 9 juni 1905 ingewijd met de eerste langebaandraverij.

Boven: Tot 1865 was het Zaailand het decor van menige harddraverij.
Hoogtepunt was de draverij om ‘eene fraaie, met goud gemonteerde zweep’,
door de koning uitgeloofd. De schilder Jan Hendrik Matthijsen (1777-1855),
sedert 1812 tekenmeester en schilder te Leeuwarden, legde in 1830 de
‘keningsswipedei’ vast. Het bijzondere van deze editie was dat koning
Willem I te gast was, in gezelschap van zijn zoon, de Held van Waterloo,
en zijn kleinzoon, de later als ‘gorilla’ berucht geworden Willem III.
De drie Nassaus bevinden zich op het balcon van het Heeren Logement,
het hoge gebouw rechts van het midden. De hoofdrol op de prent is
echter weggelegd voor de winnaar, die vrolijk met zijn hoed zwaait.

Boven: Deze ingekleurde pentekening is een kopie
van het schilderij daarboven.

Boven: Deze ingekleurde zwart-wit foto is gebruikt als ansichtkaart.
Het lijkt op een apart kortebaan parcours, binnen de grasbaan van de
Wilhelminabaan, want rechts in de verte is een tribune te zien met vlaggen.
Zie ook de luchtfoto hieronder.


Gouden Zwepen in Leeuwarden

Leeuwarden kent een lange historie met door de koning uitgeloofde
Gouden Zwepen. Het Fries Museum heeft er een aantal in depot en
de mooiste ligt in een vitrine in de permanente tentoonstelling.
Die kunt u dus altijd gaan bewonderen.

Gouden_Zweep

Boven: Deze met goud gemonteerde prijszweep uit 1811 is gemaakt
door Petrus Rienstra en is sinds 2014 te bewonderen in het nieuwe
Fries Museum te Leeuwarden, in de afdeling 'Geschiedenis van Friesland'.
De zweep werd gewonnen door een paard van S. M. Visser te Akkrum.
(foto HH, 2016)

Voor meer informatie over en foto's van kortebaanwedstrijden en
Gouden Zwepen in Friesland:
Click hier


LANGEBAAN


LEEUWARDEN IJSBAAN 1899-1904
De langebaandraverijen deden voor het eerst hun intrede in Friesland in 1899. Het initiatief daartoe werd genomen door de heren Herman Schaap en B.S. Hylkema, die in overleg met het Noorder Sportcomité uit Groningen onder de bezielende leiding van de heer G. Rost het ijsbaanterrein van de Leeuwarder IJsclub huurden. Op deze ijsbaan aan het einde van de Bleekerstraat werd een kleine, komvormige drafbaan uitgezet, die 571 meter lang was. De eerste draverijen op deze grasbaan werden op 24 juli 1899 gehouden en deze trokken zoveel publiek, dat het terrein direct voor vijf jaar gehuurd werd.
In 1900 en 1901 organiseerde het eerder genoemde comité telkens twee meetings, waarna op 18 juni 1902 de Leeuwarder Harddraverij-vereeniging, onder voorzitterschap van de heer H. Gorter, de organisatie overnam. Het gezellige terrein van de ijsbaan was eigenlijk niet geschikt voor de drafsport, het was te klein en te gevaarlijk. Men vond in 1905 een veel geschikter terrein in de vorm van de Wilhelminabaan (zie hieronder). De ijsbaan lag ten noordoosten van het Rengerspark, waar nu de Rengerslaan ligt en liep tot aan het water van de Oude Meer, ongeveer tussen de huidige Chr. Hogeschool Noord-Nederland (CHN) en Nijenhove aan de Dekamastraat.

Bronnen:
W. Dolk: Leeuwarden in oude ansichten. Zaltbommel, 1967;
W. Dolk: Leeuwarden gephotographeerd. Leeuwarden, 1975;
Melis A. van Seijen: Op reis door Friesland in grootmoeders tijd, dl. I en dl. 2. Leeuwarden, 1971;
R. Visscher: Leeuwarden van 1846 tot 1906. Den Haag, 1908.

Boven: Deel van platlegrond van Leeuwarden uit 1915 met rechtsboven
de ijsbaan naast het Rengerspark en met links onder de Wilhelminabaan.
Ontleend aan: Rene Kunst e.a. (red.): Leeuwarden 7.50-2000
Hoofdstad van Friesland. Franeker, 1999.



LEEUWARDEN WILHELMINABAAN 1905-1911; 1917-1962 (1911-1962)

De ijsbaan aan de Bleekerstraat was als drafbaan te klein en te gevaarlijk. Over de aanleg van een nieuwe baan ontstond verschil van mening binnen de gelederen van de zeshonderd leden tellende Leeuwarder Harddraverij Vereeniging. Na een woelige vergadering, begin 1905, werd de vereniging ontbonden en velen gingen, met de aanwezige kasgelden, over naar de nieuw opgerichte `Friesche Sportclub tot exploitatie van een sportterrein in Leeuwarden'. De Sportclub kocht een terrein land van 18,5 pondemaat (circa 6,8 ha), gelegen aan de Harlinger Trekvaart, direct ten westen van de Sneekerkade. Het terrein werd geëgaliseerd, de sloten werden gedempt, aan de stadszijde met een schutting afgesloten, terwijl aan de overzijde een beplante wal werd aangebracht. Op het terrein werd een drafbaan van 825 meter lengte aangelegd, die naar binnen wat afhelde, in de bochten meer dan op de rechte einden. Links van de ingang aan de Harlinger Trekweg en vlak bij de finish was een tribune met 500 zitplaatsen gebouwd.

De Friesche Sportclub kocht het terrein voor f 48.000 en de inrichting had haar f 12.000 gekost. Op deze baan, die de naam Wilhelminabaan kreeg, werd linksom gereden. De baan werd op vrijdag 9 juni 1905 officieel geopend met een drafmeeting. Op de Wilhelminabaan werden ook tennisvelden aangelegd, terwijl er eveneens gevoetbald en gehockeyd werd. Dikwijls vonden er concoursen hippique en veetentoonstellingen plaats.
In de eerste moeilijke jaren na de afkondiging in 1911 van het verbod op de totalisator en bookmakers vonden er geen langebaandraverijen meer plaats. Maar op initiatief van een der oudste Friese dravereigenaren, Herman Schaap uit Leeuwarden, werd op 31 augustus 1911 begonnen met de zogenaamde 800-meterdraverijen, die een groot succes werden en weldra door tal van banen overgenomen werden. Het paardenbestand was door het totalisatorverbod drastisch ingekrompen, maar nu kon men met een relatief klein aantal van zestien à twintig dravers een gehele meeting vullen met ecn A- en B-draverij met series en finales met telkens vier paarden. Pas vanaf 1917 werden er ook weer langebaanmeetings georganiseerd op de Wilhelminabaan, meestal twee per jaar.

De 800-meterdraverijen in Nederland zouden tot het midden van de zestiger jaren van de 20ste eeuw blijven bestaan, daarna werden ze nog een enkele maal als curiositeit verreden.

In 1919 vestigde de pikeur Jan F. de Boer zich als trainer aan de Wilhelminabaan, in de wandeling 'kleine Jan' genoemd, ter onderscheiding van zijn oudere broer Jan G. de Boer, eveneens pikeur, die `grote' of `schele' Jan genoemd werd. Later zou Lammert Hof op de baan als trainer werkzaam zijn. In de jaren dertig en veertig van de 20ste eeuw werden ook af en toe rennen op de Wilhelminabaan gehouden.

Op 20 juli 1962 werden voor de laatste maal draverijen op deze baan verreden. De kleine, gezellige, kleigrasbaan viel ten prooi aan de stadsuitbreiding. Nu staan er op het terrein tussen de Harlinger Trekvaart en de Tesselschadestraat de grote gebouwen van Postbank, UWV en Landbouwcentrum. Zie voor de ligging van de Wilhelmina-baan de kaart bij Leeuwarden IJsbaan, hierboven.

Bron. R. Visscher: Leeuwarden van 1846 tot 1906. Den Haag, 1908.

Boven: Luchtfoto van de Wilhelminabaan uit 1925, met rechtsboven
de stallen van J.F. de Boer en in het midden, achter de
NV Stoommeelfabriek Fortuna, de tribune en rechterstoel.
(uit: D. Swierstra, Oud-Leeuwarden vanuit de lucht, 1996;
Foto AVIODROME Luchtfotografie - Lelystad)

Boven: Sophie getraind door J.F. de Boer te Leeuwarden.


Boven: Stanfriesin wint met Marten Siderius te Leeuwarden.


Boven: Allright, hier met Marten Siderius te Leeuwarden
midden jaren dertig.

Boven: In de jaren 1935 tot en met 1939 werd in Leeuwarden een
Gouden Zweep voor de 800-meterdraverijen uitgeloofd, welke meetings
enorm veel volk trokken. Hier de belangstelling tijdens de meeting
van vrijdag 21 juli 1939. Op de achtergrond de stal van J.F. de Boer.
(uit: Fen Fryske Groun, 28 juli 1939)
Paard_van_de_week

Boven: 17 juli 1936: uitreiking van de Gouden Zweep door
voorzitter Joh. J. Boelstra van de drafclub Wilhelminabaan aan
de 29-jarige A. Nottelman uit Schagen, die met het paard
Clara Bascom als eerste was geëindigd.
(Foto Ch. Gombault)

Deze Zweep is nog in bezit van Bram Nottelman's dochter Nienke,
die de ereprijs in 1995 korte tijd ter beschikking heeft gesteld
aan het NDR-Museum voor bezichtiging door het publiek.
Click hier voor een artikel over de Gouden Zweep uit 1936

Boven: W Petrosia leidt voor Windekind te Leeuwarden 14 juli 1936.
De hoge haag moest het zicht op de baan van buiten af weg nemen.
Men moest entree betalen om de koersen te kunnen zien.
Minkema noemt dit "een beplante wal" dus deze foto is
genomen aan de overzijde vanuit de tribune gezien,
bij het ingaan van de laatste bocht.

Boven: Luitenant koerst hier met John Siderius
te Leeuwarden op 2-10-1949.


Boven: Yrma Dunst (rechts met Dirk Bolwijn) en
stalgenoot Zilverreiger S (links met Bonne de Jong) strijden
in 1962 te Leeuwarden om de winst in de 800 m koers.
De laatste keer dat er in Leeuwarden is gekoerst.

  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Fototheek:

Paarden

Koersen

Mensen

< Renbanen

Diverse