NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

De Familie Bolwijn


De Familie Bolwijn, een paardensport-geslacht

(tekst: Hans Huiberts, gepubliceerd in de Breeders Special 2013 van het weekblad Draf&Rensport)


Titel: Het Bolwijn bolwerk

In dit blad staat een Fokkersoog over de nieuwe Elitemerrie Keetje Tippel. Toen ik erachter kwam dat haar stammoeder Prinzess Bertha werd geïmporteerd door ene Barteld Bolwijn, leek het me een goed idee om ook een Fokkersoog te wijden aan deze man en zijn nakomelingen. Uiteindelijk kom je dan uit bij trainer–pikeur Dirk Bolwijn en zijn volle zus Oeke de Nooij-Bolwijn. Aan eerstgenoemde is een apart artikel gewijd. Laatstgenoemde is erelid van de Fokkersvereniging en ze blijkt van goede komaf, topgefokt.

Voornamen
Sommige pikeurs geven hun zoon dezelfde voornaam, wat heel verwarrend kan worden als er meerdere generaties dezelfde voornaam krijgen. Want de vroegere Jan Wagenaar junior heet nu senior en wanneer was het omslagpunt? Toen zijn vader stierf? Ik heb me voorgenomen om er voortaan I, II of III achter te zetten. Hetzelfde geldt voor de Bolwijns, die bijna allemaal Barteld als voornaam hebben. Zoons werden vroeger  meestal vernoemd naar hun opa of een oom. In hun dorpen kregen ze bijnamen om onderscheid te kunnen maken. Soms werd er Bzn. (Barteld’s zoon) of zoiets achter de naam gezet. Ook in de familie Bolwijn moet je goed opletten om welke Barteld het gaat. We beginnen bij de importeur van Prinzess Bertha.

Barteld Bolwijn I
Deze Barteld Bolwijn werd geboren in 1879 in het plaatsje Uithuizen gelegen in de noordelijke punt van de provincie Groningen. In die jaren waren er nog nauwelijks auto’s in Groningen te vinden. Alles ging te paard. Kinderen groeiden op met paarden en de drafsport was populair. Vooral de kortebanen. Ook in Groningen en Friesland werd toen volop gekortebaand. In de stad Groningen werd pas in 1892 een ronde drafbaan geopend. Bijna iedereen had wel een of meer paarden, zo ook de familie Bolwijn. Barteld werd commissionair in hooi en stro en hij trouwde met de 4 jaar jongere Frouwke Dinkla, die een kruidenierswinkel in Uithuizen begon. Een ondernemend gezin. Barteld reed ook met zijn paarden in de koersen o.a. met de toen bekende dravers Colijn, Willy A en Hollandia. Hij kwam bij veel boeren en paardenmensen over de vloer en deed er ook wat paardenhandel bij. Zo importeerde hij in 1928 de drachtige Duitse merrie Prinzess Bertha en verkocht haar aan zijn dorpsgenoot K. Torringa, die een jaar later een merrieveulen liet registreren onder de naam W Petrosia. Dit is de 5e moeder van Keetje Tippel. Na die geboorte werd er weer met Prinzess Bertha gekoerst en in de plakboeken van de familie Bolwijn vonden we nog een klein fotootje van haar, met Barteld Bolwijn I op de sulky. Later ging de merrie naar de familie Knijnenburg in het westen.
Het gezin van deze Bolwijn had 4 zoons en 2 dochters, waarover later meer.

import

Boven: Barteld Bolwijn I traint zijn in 1922 geboren
Duitse schimmelhengst Willy A te Uithuizen.

Barteld Bolwijn II
Barteld Bolwijn I had een 2 jaar oudere broer Jacob (Job), die in de stad Groningen een groothandel in hooi en stro had. Hij was het die Jo Smit interesseerde voor de drafsport. Aanvankelijk koersten de beide heren met hun paarden onder de naam Stal Gruno. Job’s zoon Barteld (II), later een bekend caféhouder, koerste met de paarden van deze stal, o.a. de bekende Akron B en de crack Abdullah Scott.

pikeur

Boven: Barteld Bolwijn II was caféhouder te Groningen,
tevens trainer/pikeur.
Hier wint hij met de Amerikaanse hengst Peter Ingomar
de Nieuwsblad Beker-prijs op 7 juni 1936.

Boven: Don Juan met Bolwijn jr. leidt voor Cotta (rechts) met Bolwijn sr.


Akron B met B. Bolwijn (rechts) springt, maar wordt gezet en
wint vervolgens te Sappemeer op 29-9-1936 de 3e serie van
de B-draverij, voor Vrijbuiter met K. Neef.

Boven: Abdullah Scott en Barteld Bolwijn II winnen een koers
in Groningen.

Barteld Bolwijn III, de notaris
De 6 kinderen van Barteld Bolwijn I groeiden op tussen de dravers, maar alleen de oudste zoon is betrokken geraakt bij de drafsport. Hij was vernoemd naar zijn grootvader en heette dus ook Barteld en we geven hem het nummer III. Deze jongen werd geboren in 1907 en hielp zijn vader met de paarden. In fotoboek van de familie zien we hem als een parmantig 10-jarig jochie zitten op een ouderwetse sulky met een draver ervoor. Twee jaar later reed hij met de schimmelruin Colijn van Uithuizen naar de kortebaan in Eenrum. De liefde voor de sport is toen wel ontstaan, maar de jonge Barteld kon goed leren en was daarom niet voorbestemd als pikeur. Hij trouwde met Jante de Zee en werd notaris in het Friese dorp Anjum. Eerst bouwde hij zijn praktijk op en had toen weinig tijd voor de drafsport. In W.O. II had hij vastgezeten in een gijzelaarskamp in St. Michielgestel en na de oorlog begon hij ter ontspanning met de draverfokkerij. Zijn eerste fokmerrie was Jeanne Bond. Vanaf 1948 fokte hij met deze merrie 10 producten, die bijna allemaal in de baan kwamen en koersen wisten te winnen. Later kwamen er ook andere fokmerries zoals Johanna N (moeder van Yrma Dunst), Handsome Scott, Noordlooper (moeder van Bonnes Nouvelles), Querida Donum, X Hollo, Mary Axkit en haar dochter Friederieke (moeder van Mon Rêve en Nina Rose), Esther H (moeder van Mees Toxopeus en Oeke B), Flora Axkit (moeder van Prince de Rêve) en Dorothé RH (moeder van de goede Rosalien, op haar beurt moeder van de goede Frouwke).
Bolwijn importeerde ook enkele dekhengsten: de Duitsers Dunst en Polardachs en later de Fransen Quel Rêve en Uriosis P. Hij gebruikte deze hengsten bij zijn eigen fokmerries. De meeste fokproducten hield hij zelf. Ze liepen onder de stalnaam Stal Princehof en stonden in training bij zijn zoon Dirk Bolwijn.
Nog belangrijker dan als fokker en dekhengstenhouder was de notaris als bestuurslid binnen onze sport. Hij bekleedde veel functies. Eerst vanaf 1950 als comité-lid met gezag. Als rechtgeaarde notaris stond hij voor zijn overtuiging en dacht in termen van rechtlijnigheid en rechtvaardigheid. Hij werd ook bestuurslid van de Eigenarenvereniging en de Fokkersvereniging en sinds 1959 lid van het hoofdbestuur van de NDR, als voorzitter van de afdeling Drafwezen. Dat laatste bleef hij 20 jaar, waarbij hij een forse bijdrage heeft geleverd aan het tot bloei brengen van de sport en fokkerij in de “gouden” jaren 60 en 70. Hij vertegenwoordigde ons land ook internationaal en werd voorzitter van Union Continentale du Trot en later vice-voorzitter van de UET. Toen hij 72 jaar oud was werd door de NDR een leeftijdsgrens van 70 jaar ingesteld en moest hij al zijn bestuursfuncties neerleggen, wat hij onder protest deed. Hij voelde zich nog lang niet afgeschreven, maar werd voor zijn gevoel wel afgedankt. Barteld Bolwijn III is in 1994 op 86-jarige leeftijd overleden. Zijn vrouw Jante overleed in 1999.

pikeur

Boven: Barteld Bolwijn III, de notaris.

pikeur

Boven: Dorpsfeest in Anjum eind jaren 40.
Moeder Jante Bolwijn-de Zee met pony Dinie en
vijf kinderen in de kar. Helemaal links zit de kleine Oeke.

De derde generatie Bolwijn
Barteld Bolwijn III en Jante de Zee kregen 4 zoons, Bart(eld), Dirk, Karl en de jong gestorven Otto en als laatste dochter Oeke. De kinderen kregen de drafsport met de paplepel ingegoten en bezochten vaak de koersen. Als vader moest jureren op een drafbaan ging het hele gezin dikwijls mee. De tweede zoon Dirk werd zo gegrepen door de sport dat hij er zijn beroep van maakte en trainer-pikeur werd. Aan hem is in dit blad een apart artikel gewijd. Dochter Oeke werd de opvolgster van haar vader in meerdere opzichten. Ze werd ook notaris, kreeg zijn laatste fokproduct (Frouwke) en bekleedde verschillende functies in de drafsport. Dat begon al in haar studententijd in Groningen. Ze werd bestuurslid van de Studenten-Drafclub “In de Fout” en reed in die tijd 5 studentenkoersen, waarbij ze tweemaal tweede werd met de goede Baron Pluto. Bonne de Jong stelde haar ook nog eens de kortebaner Bento van Eiberhof ter beschikking. Later was ze gedurende 18 jaar bestuurslid  van de HRV Drachten (de Drafbaan) en was hun afgevaardigde in het Bestuur van de Bond van Langebaanverenigingen. Ze is ook nog secretaris geweest van de Adviesraad van de NDR in de periode Lokhorst en ging met dhr. Hartman mee naar het Ministerie bij de onderhandeling met Autotote. In 2002 werd ze lid van de Ledenraad van de Vereniging NDR. Maar de leukste bestuursfunctie was natuurlijk die van secretaris-penningmeester van de Fokkersvereniging van 1997 tot 2007. Wegens haar grote verdienste is ze bij haar afscheid tot erelid van de Fokkersvereniging benoemd. Om lid van de Fokkersvereniging te worden moet je eerst fokker zijn en dat werd Oeke met de merrie Frouwke, die naar haar oma was vernoemd. Deze wispelturige merrie werd getraind door Cees Wortel en meestal gereden door Jolanda de Veen. Ze won ca. 19.000 gulden en had een record van 1.17,1. Frouwke bracht 2 dochters, Ode en Rose Princehof, beide wel in de baan gekomen, maar geen grootheden. Later kocht Oeke de merrie Ivita Schermer als jaarling op de Unitrot-veiling. Dat werd bij Cees Wortel een goed koerspaard met een winsom van bijna 40.000 gulden en een record van 1.16,4. In de fokkerij bracht ze 4 Princehofjes: Uno, Wilt, Bernd en Dapp. De eerste twee zijn wel gestart en hebben records van in de 1.18. Wilt startte 11 keer en liep ook 11 keer  in de prijzen. Helaas verongelukte de ruin op de baan in Wolvega voorafgaand aan de koers.. De hoop van de familie De Nooij-Bolwijn is nu gevestigd op de laatste spruit, de nu 3-jarige merrie Dapp Princehof (van Incredible Hulk), die in training staat bij Henk Hamming en het goed doet. De merrie is vernoemd naar de pony Dapp, die bijna 29 jaar bij de familie hoorde.

Boven: Granit Hollandia koerst hier in handen van studente
Oeke Bolwijn te Drachten in de jaren zeventig.

pikeur

Boven: Oeke Bolwijn en DSK-voorzitter Hans de Nooij
bij de intocht van de Peerdenpieten 1970.

pikeur

Boven: Deel van het Bestuur van Baanvereniging HRV Drachten,
bij een Jubileum. Oeke is 18 jaar lid van dit bestuur geweest.

De vierde generatie Bolwijn?
Bij de kinderen van Oeke’s broers Bart, Dirk en Karl zitten wel paardenliefhebbers, maar geen echte drafsportfanaten. Oeke Bolwijn trouwde met dierenarts Hans de Nooij, die meer verbonden is met de Friese paarden en dat stamboek. Ze betrokken een mooie woning in het Friese Gorredijk en wonen daar nog steeds. Achter het huis hebben ze enkele boxen en aan de overkant van de weg een stuk weiland. Als gezamenlijke liefhebberij hadden ze altijd wel paarden bij huis staan of lopen: de fokmerries met hun veulens, een uitgekoerste draver, een Haflinger, de pony Dapp. Die werden ook bereden of liepen voor de kar. Oeke en Hans kregen 3 kinderen, Jolande, Astrid en Maarten, die dus met en tussen de paarden en ponies opgroeiden. Eerstgenoemde dochter vindt de koersen wel leuk, maar is toch meer van de ruitersport. Astrid is een bekend gezicht in Wolvega en gaat vaak met haar moeder mee naar de koers.Broer Maarten, een van de eerste deelnemers aan ponykoersen, heeft commerciële economie gestudeerd in Groningen en heeft als afstudeerwerk een advies voor de Drafbaan Groningen geschreven. Hij werkt nu al enkele jaren in Nieuwegein en gaat regelmatig paarden uitrijden bij Henk Hamming. Inmiddels (2015) is hij ook amateurrijder geworden. Op hem is de hoop op een volgende drafsportman uit het Bolwijngeslacht gevestigd, ook al heet hij geen Barteld en geen Bolwijn.

pikeur

Boven: De jonge Maarten de Nooij in een pony-koers.

topper

Boven: De wat oudere Maarten de Nooij met Uno Princehof
bij de ouderlijke woning.

pikeur

Boven: Astrid op de Haflinger en broer Maarten op Uno Princehof
in de duinen van Terschelling.

topper

Boven: Maarten de Nooy te Groningen met Dapp Princehof,
het fokproduct van zijn moeder Oeke de Nooy-Bolwijn.
topper

Boven: Dapp Princehof (nummer 7) met Maarten de Nooy
in een koers te Groningen in 2016,
waarin hij 4e wordt.

Lering
Wat kunnen we nu van deze familiebeschrijving leren? Dat liefde voor de sport dikwijls van vader/moeder op zoon/dochter wordt doorgegeven. De paardenbacil moet er al vroeg worden ingebracht, dan beklijft het goed. Het is dus van het grootste belang dat er kinderen op de drafbanen komen en het daar leuk hebben. Een taak voor onze baanbestuurders. De mini-koersen zijn ons belangrijkste PR-middel voor de lange termijn. Hiermee moeten we in de pony-weekbladen zien te komen. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, wordt er gezegd. En dat dit waar is kunnen we zien aan de geschiedenis van de familie Bolwijn.

(einde artikel)



  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Klassiekers

Kampioensch.

Rennen

Langebanen

Kortebanen

< Mensen

Diverse